Nieuwetijds-kindercoach.nl

Advies en therapie

Star InactiveStar InactiveStar InactiveStar InactiveStar Inactive
 

Iedere gezonde pasgeboren baby maakt gebruik van diverse reflexen die zich in een vast patroon ontwikkelen. Reflexen zijn aangeboren bewegingen die niet onder invloed van de 'wil staan. Deze bewegingen ontstaan al in de baarmoeder. Ze zijn nodig om de bevalling goed te laten doorlopen en de eerste maanden na de geboorte te kunnen overleven.

Functie primaire reflexen

De primaire reflexen vormen de basis voor de ontwikkeling van het centrale zenuwstelsel en de hersenen. Goed ontwikkelde primaire reflexen hebben tot gevolg dat een kind fysiek goed zal kunnen functioneren. Dit komt doordat de primaire reflexen de basis vormen voor het evenwicht, de zintuigen, tijd en ruimtebesef, motorische/visuele vaardigheden en de motoriek. Ook zijn de primaire reflexen verantwoordelijk voor hoe het kind zich sociaal-emotioneel en cognitief ontwikkelt.  Bij een normale ontwikkeling doorloopt een kind die automatische bewegingen voor de eerste verjaardag, daarna verdwijnen(remmen) ze van nature. 

Gaat er echter iets mis tijdens de zwangerschap, geboorte of de periode erna, zoals stress, extra echo's, vaccinaties, verkeerde voeding, medicatie, ziekte, gebruik van synthetische oxytocine, kunstverlossing, een te snelle of juist langzame bevalling, te vroeg of juist te laat geboren zijn enz.  dan kan het zo zijn dat bepaalde primaire reflexen zich niet goed kunnen ontwikkelen. Dit heeft gevolgen voor de meer complexere bewegingen en vaardigheden. De primaire reflexen verdwijnen dan niet, het kind blijft erin 'hangen'. Bij veel kinderen met leerproblemen en gedragsproblemen worden nog aanwezige primaire reflexen gevonden. Op school wordt dan vaak extra oefenen van de leerstof aangeboden, wordt een kind apart gezet in de klas, worden er hulpmiddelen ingezet als een koptelefoon, een wiebelkussen, tangle, kauw en bijtsieraden, studybuddy. Maar het blijven hulpmiddelen, de oorzaak van het onderliggend probleem wordt niet aangepakt. 

Welke kenmerken zie je bij de belangrijkste primaire reflexen?

Moro reflex

Symptomen bij een nog aanwezige MORO reflex

  • Overgevoelig voor geluid
  • Overgevoelig voor licht
  • Overgevoelig voor geuren
  • Lage eigenwaarde
  • Weinig zelfvertrouwen
  • Schrikachtig (extreem)
  • Concentratieproblemen
  • Prikkelgevoelig
  • Vindt veranderingen niet fijn
  • Vaak verkouden/bronchitis/oorinfecties
  • Overgevoelig voor medicijnen of voeding
  • Hypo’s, verbrandt bloedsuikers sneller
  • Gemoedsschommelingen
  • Kan niet tegen kritiek
  • Hyperactiviteit
  • Impulsief
  • Onzeker zijn

De Moro reflex ontwikkelt zich negen weken na conceptie bij de foetus in de baarmoeder. Dit zogeheten alarmreflex maakt ons gevoelig voor gevaar. Het reflex is duidelijk te zien bij een pasgeborene wanneer er plotseling een hard geluid wordt gemaakt. De baby neemt dan een snelle inademing en gooit zijn armpjes wijd uiteen. Wanneer de armen dan weer over de borst bijeen komen schreeuwt de baby moord en brand. Op deze manier roept de baby om hulp. Deze reflex zou getransformeerd moeten worden in een volwassen schrikreactie rond 13 weken na de geboorte. Het kind gebruikt dan zijn zintuigen om de oorzaak van het potentiële gevaar op te sporen en kan daarop een intelligent besluit nemen: moet ik hier bang voor zijn of niet? Bij deze volwassen schrikreflex zie je een snelle inname van lucht, knipperen met de ogen, optrekken van de schouders en het vaststellen van de oorzaak van de bedreiging. Omdat een pasgeboren baby nog niet zelf kan vaststellen of de bedreiging echt gevaar voor hem oplevert, gaat zijn lichaam direct in de urgentiestaat. Hierbij sturen de hersenen een seintje naar het hormoonsysteem dat er direct adrenaline en cortisol afgescheiden moeten worden. Deze twee stoffen zijn eigenlijk bedoeld om infecties en allergieën te bestrijden.

ATNR
Asymmetrische Tonische Nekreflex

Fysieke uitingsvorm

Wanneer het hoofd draait zullen de ledematen aan de kant waar het heen draait zich gaan strekken en aan de andere kant zich gaan buigen. Het reflex is vooral goed zichtbaar bij arm en hand.

Symptomen bij een nog aanwezige ATNR reflex

  • Slecht/slordig handschrift
  • Problemen met tekenen
  • Moeite met passeren lichaamsmiddellijn
  • ADHD
  • Beelddenken(vaak verward met dyslexie)
  • Afwijkende pengreep
  • Moeite met lezen 
  • Moeite met automatiseren
  • Wil alles direct
  • Moeite met overschrijven van het bord
  • Auditieve verwerkingsstoornis

De Asymmetrische Tonische Nekreflex (ATNR) komt tevoorschijn rond 4 tot 4 1/2 maand in de zwangerschap. Dit is vaak het moment waarop wordt aangegeven dat de baby is begonnen met schoppen.

Dit reflex staat aan de basis van de hand-oogcoördinatie; wanneer de baby naar zijn handje kijkt en dan zijn hoofdje draait, gaat de arm zich strekken en volgen de ogen het handje.

Op deze manier leert het kind zijn ogen op een verdere afstand te focussen. Wanneer dit reflex 6 maanden na de geboorte nog aanwezig is, zal het kind moeite hebben met het ontwikkelen van een voorkeur voor links- of rechtszijdigheid.

Dit beïnvloedt lateraliteit, balans, evenwicht en coördinatie. Een niet ontgroeide ATNR brengt algemene concentratie problemen mee. Door wisselende lateraliteit (chaos in het systeem) komt het kind niet tot automatiseren, ook bemoeilijkt dit het schrijven (harde druk op de pen, slordig schrijven.)
Bij de ogen heeft het kind problemen met het volgen van de letters en woorden van links naar rechts en bij het fixeren, waardoor leesproblemen kunnen ontstaan.
Bij de oren kan er sprake zijn van auditieve vertraging en verwarring. Dit komt door het wisselen van oordominantie. Het kind hoort wisselend met het rechteroor en dan weer met het linkeroor. Bij (snel) spreken worden de woordfragmenten verwisseld (dysgrammatisme).

Het effect

Geen oog dominantie op verre en nabije afstand zal een grote factor zijn in de lees-, schrijf-, en spelmoeilijkheden. Ook bij kinderen met schrijfproblemen is deze reflex vaak nog steeds aanwezig.
Wanneer men deze kinderen vraagt om een woord mondeling te spellen kunnen zij dit prima, maar wanneer men ze vraagt om hetzelfde woord op te schrijven lukt hen dat niet. Want telkens wanneer het hoofd draait om naar de hand te kijken die gaat schrijven, wil die arm zich gaan strekken en de hand gaan openen, waardoor de pen op een krampachtige en onvolwassen manier wordt vast gehouden. Deze kinderen zijn dan zo bezig met de mechaniek van het schrijven dat ze daardoor de informatie van hun oren en ogen niet op papier kunnen krijgen. Het heeft niets te maken met intelligentie. Deze kinderen raken erg gefrustreerd, omdat ze weten dat ze dit zouden moeten kunnen.

Tonische Labyrint
TLR

Fysieke uitingsvorm
Bij het voorwaartse reflex zullen de schouders gebogen staan en is de algehele houding wat ineengezakt als iemand lang rechtop staat. Er is dan sprake van te weinig spierspanning. Bij het achterwaartse reflex, zal iemand in rechtopstaande houding eerder op zijn tenen gaan staan, en houterig of schokkerig bewegen. In dit geval is er teveel spierspanning.

Symptomen bij een nog aanwezige TLR

  • Last van wagenziekte
  • Problemen met rekenen
  • Moeite met wiskunde
  • Slecht evenwichtsgevoel

Er zijn twee vormen van het Tonische Labyrintreflex: een voorwaarts en achterwaarts reflex.

De voorwaartse reflex komt tevoorschijn in de baarmoeder, wanneer het hoofdje door de baarmoederwand naar voren wordt geduwd. Doordat de baby zich dan in de foetushouding trekt, kan hij/zij optimaal groeien. Rond 4 maanden na de geboorte moet deze reflex onder controle zijn gebracht van een hoger deel van de hersenen.

De achterwaartse reflex komt tevoorschijn wanneer de baby geboren gaat worden en het hoofdje de spildraai naar achteren moet maken, waardoor de armen en benen zich strekken en het kind geboren kan worden. Deze reflex zal langzaam onder controle gebracht worden, terwijl de Symmetrische Tonische Nekreflex en de posturale reflexen zich ontwikkelen.

Wanneer de Tonische Labyrintreflexen niet op de juiste tijd geremd worden zullen zij telkens het evenwicht uit balans brengen, en daarmee ook alle interacties met andere zintuiglijke systemen. De hoofdrechtingsreflexen zullen niet goed tot ontwikkeling kunnen komen en daardoor zullen de oogbewegingen gestoord worden.

Het effect

Het kind dat nog een tonische labyrint reflex heeft zal bij het lopen geen goede balans vinden, omdat bij elke beweging voor- of achterwaarts van het hoofd de spierspanning in rustpositie (spiertonus) verandert en zo het kind uit evenwicht brengt. Het kind heeft geen vast referentiepunt in de ruimte, waardoor het moeilijk wordt om afstand, ruimte, snelheid of diepte te schatten. Hierdoor zal het ook lastig zijn om links van rechts of voor van achter te onderscheiden.

Wanneer één segment van het systeem niet goed werkt zal het ook andere systemen storen. Zo zullen dan de ogen niet goed kunnen functioneren wanneer het evenwicht niet goed functioneert en omgekeerd. Het kind zal dit als normaal ervaren, omdat het nooit anders gewend is geweest.

Kinderen met een nog aanwezig TLR zijn vaak niet erg sportief en hebben een hekel aan gym op school omdat zij onbewust weten dat hun evenwicht niet goed is. Zij hebben vaak ruimtelijke en visuele problemen en hebben moeite met het aanleren en onthouden van logische volgorden (b.v. de dagen van de week, de tafels, moeite met het leren klokkijken, het kunnen organiseren van de dagelijkse taken).

Spinale Galant Reflex
SGR

Fysieke uiting

Als je op heuphoogte net naast de wervelkolom naar beneden strijkt dan zal dat leiden tot het het omhoog brengen van de heup en het krommen van de rug aan de andere kant.

Symptomen bij een nog aanwezige Spinale Galantreflex

  • Niet stil kunnen zitten
  • Aandacht erbij houden
  • Concentratie
  • Houding
  • Niet zindelijk worden of bedplassen na het 5de levensjaar
  • Scoliose wervelkolom
  • Auditieve verwerkingsproblemen
  • Slecht lage tonen kunnen horen
  • Geen riem om het middel kunnen hebben of strakke kleding kunnen verdragen
  • Last van kriebelende etiketjes en naden in sokken
  • Neiging tot friemelen
  • Onhandigheid
  • Afwijkend looppatroon

De Spinale Galant is belangrijk voor het opvangen van trillingen in de baarmoeder, de eerste vorm van “horen”. Ook de ontwikkeling van het evenwichtsgevoel is afhankelijk van de SG.

De Spinale Galant wordt ongeveer 18 weken na de conceptie actief. Het reflex helpt de baby door het geboortekanaal te bewegen bij de geboorte. Voor het eerste levensjaar hoort hij te worden geïntegreerd.

Babkin reflex
Palmaire reflex

Fysieke uiting
De handjes en de mond van de baby zijn met elkaar verbonden. Als je aan de binnenkant van de handpalmpjes drukt zal het mondje zich openen. 

Deze bewegingen ondersteunen in de eerste maanden bij het voeden van het kindje. Het reflex helpt met het toeschieten van de moedermelk om zo de borstvoeding te stimuleren.

De Babkin Reflex ontwikkelt zich al in de baarmoeder, 9 weken na de conceptie. Hij is de eerste 3 levensmaanden actief voor hij rond de 4 maanden geïntegreerd zou moeten worden.

Bij het zuigen van het kindje zie je de handjes bewegen maar ook de voeten en tenen krullen. Deze bewegingen zijn dus nog aan elkaar gekoppeld.

Symptomen van een nog actieve Babkin reflex

  • Oog-hand coördinatie zwak
  • Bijbewegingen van tong, mond of kaken
  • Verminderde fijne motoriek
  • Slecht handschrift
  • Verkrampte pengreep
  • Moeilijk eten met bestek
  • Lage spierspanning in de handen
  • Moeite met spraak en articulatie
  • Vertraging in spreken
  • Behoefte aan bijten (op kleding of voorwerpen of nagels)
  • Grote zuigbehoefte (op duim of speen of kleding, etc.)
  • Tandenknarsen
  • Eetstoornissen
  • Verslavingen
  • Overgevoeligheid van de mond
  • Steeds likken langs de lippen

Symmetrische Tonische Nekreflex
STNR

Symptomen bij een nog aanwezige STNR reflex

  • Moeite met zwemmen
  • Slechte houding
  • Neiging om in elkaar te zakken aan tafel
  • Voet aan stoelpoot geklemd
  • W zit
  • Niet tot kruipen komen
  • Moeilijk keuzes kunnen maken
  • Slordig eten
  • Problemen met de oog-hand coordinatie
  • ADHD

Eén van de overgangsreflexen die men bij kinderen met leer- of gedragsstoornissen ziet is de Symmetrische Tonische Nekreflex (STNR). Deze reflex komt tevoorschijn rond  6-8 maanden na de geboorte en moet geïnhibeerd zijn rond 10 maanden na de geboorte. Deze reflex zorgt ervoor dat de baby op handen en voeten omhoog komt om te gaan kruipen. Voordat de baby gaat kruipen zal hij de ‘kat’-positie aannemen: armen gestrekt en billen rustend op de onderbenen. Wanneer het kind zijn hoofdje omlaag beweegt buigen de armen tot het hoofd op de grond rust en de billen komen de lucht in. Wanneer het hoofdje opgetild wordt strekken de armen zich en zakken de billen weer op de benen.

Deze reflex verdeelt het lichaam in een bovenste en onderste helft die tegengesteld werken: wanneer de bovenste helft gestrekt is kan de onderste helft zich buigen en omgekeerd. Dit is het moment waarop het kind leert zijn ogen te focussen van veraf naar dichtbij en omgekeerd.

Het effect

Schoolkinderen waarbij de STNR nog steeds aanwezig is, zullen de volgende problemen ondervinden: zij zitten vaak op één of beide benen tijdens het werken om zo én hun armen én hun benen gebogen te houden. Of ze "hangen" in hun stoel: benen gestrekt zodat de armen gebogen kunnen worden. Vaak hebben ze moeite met het overschrijven van het schoolbord in hun schrift, omdat het focussen van de ogen van veraf naar dichtbij en terug veel te langzaam gaat. Deze kinderen liggen vaak met hun hoofd bijna op de tafel wanneer ze aan het werk zijn. Ook zijn dit vaak de klassiek onhandige kinderen; ze lopen overal tegenop, stoten van alles omver en struikelen nog over hun eigen voeten. Als deze reflex nog aanwezig is in combinatie met de Asymmetrische Tonische Nek Reflex, dan wordt de concentratie wel erg verzwakt: ze moeten proberen om én rechtop te zitten én om een arm en hand te gebruiken die niet mee wil werken.

Landau reflex(parachutereflex)

De Landau Reflex verhoogt in buikligging de spierspanning in rug en nek. Dit kan helpen bij het trainen van het zicht. De Landau Reflex wordt ook wel de “Happy Reflex” genoemd. Hij heeft veel invloed op levensvreugde.

De Landau Reflex helpt bij de:

  • coördinatie van boven- en onderkant van het lichaam
  • coördinatie van voor- en achterkant van het lichaam
  • ontwikkeling van de grove motoriek

 De Landau Reflex heeft verschillende stadia van ontwikkeling. Vanaf 4 weken kan een baby vanuit buikligging het hoofd optillen. Na nog een maand wordt ook de borst opgetild. Met 4 maanden worden hierbij ook de benen opgetild. Pas rond de leeftijd van 3 jaar raakt de Landau Reflex helemaal geïntegreerd. Het kind kan dan op de buik liggen en hoofd, armen en benen optillen.

Een nog actieve Landau reflex kan zorgen voor een lage spierspanning in de nek en rug. Dit kan concentratieproblemen opleveren. Ook kan deze reflex voor zorgen dat de beenspieren erg gespannen zijn en dat een kind als het valt zijn handjes niet uitsteekt. De knieën staan vaak “op slot”. Op latere leeftijd kan dit leiden tot artrose, slijtage en pijn in de knieën.  De Landau reflex verbindt lichaamshouding met emoties van vreugde en geluk. Bij depressieve volwassenen, is de reflex in het algemeen niet geïntegreerd.

Gelukkig kunnen de primaire reflexen bij zowel kinderen als volwassenen alsnog geremd worden, om zo weer veel beter in het vel te komen zitten en beter te kunnen functioneren.

Hoe ga ik te werk?

 Besluiten jullie om te starten met het individuele INPP programma, dan zijn er een aantal stoppen die we gaan volgen:

  • Intake: hier wordt een uitgebreide vragenlijst ingevuld om een indruk te krijgen welke problemen er spelen
  • Groot diagnostisch onderzoek: dit onderzoek duurt ongeveer 2 tot 3 uur. Hierin wordt nauwkeurig gekeken naar de motorische ontwikkeling van je kind
  • Nabespreking van de bevindingen n.a.v. het diagnostisch onderzoek: dit onderzoek is ook terug te lezen in een digitaal rapport. Dan gaan jullie starten met de eerste oefening.          Deze oefening krijgen jullie op papier mee, filmen terwijl ik de oefening voordoe is ook een mogelijkheid. Je kind zelf doet de oefening, jij begeleidt je kind waar nodig, tot je kind het zelfstandig kan uitvoeren.
  • Herhalingsonderzoek, iedere 6-8 weken wordt gekeken welke vooruitgang er heeft plaats gevonden. Dan wordt ook meestal een nieuwe oefening ingezet.

We gaan samen het programma in voor een periode tussen de 12 en 18 maanden. We houden regelmatig contact over hoe het met je kind gaat en welke vooruitgang er te zien is. Vanzelfsprekend ben ik altijd bereikbaar voor tussentijdse vragen. Ik heb er voor gekozen om kinderen te testen en te begeleiden bij het INPP programma in hun eigen leefomgeving.      Dit voelt veilig voor een kind, ook voor het diagnostisch onderzoek is dit fijner omdat het meer spelenderwijs gaat. Het INPP programma is geschikt voor kinderen vanaf groep 3. Dit omdat vanaf de leeftijd van 6-7 jaar het evenwicht dan volledig ontwikkelt hoort te zijn. Eerder kan wel(vanaf 3,5 jaar) maar dan is het meer een observatie hoe ver een kind in zijn ontwikkeling is. 

 

 

 

 

 

 

0
0
0
s2smodern

Kragt Training

Kragt-logo.png

Consult

Ik bied diverse type consulten, zowel vanaf afstand als face-to-face. Bekijk mijn werkwijzen en tarieven.

Plan een consult